Gaston Eysselinck, de oorspronkelijke architect, zag het postgebouw als een aantrekkelijke fabriek voor hard werkende mensen. Dezelfde ‘gebouw-als-fabriek’-filosofie werd als uitgangspunt gebruikt om de functiewijziging van postgebouw naar kunst- en cultuurcentrum te begeleiden. Door restauratie en hergebruik van het gebouw wordt de duurzaamheid van de architectuur in zowel materialisatie als organisatie bevestigd.
Door het gebouw aan drie zijden maximaal toegankelijk te maken wordt de relatie met de omgeving geoptimaliseerd. De gelijkvloerse verdieping, opgevat als een publieke plint gekoppeld aan de stedelijke omgeving, wordt opengewerkt. De lichtkoepel, die zichtbaar is vanuit zowel de binnenstad als vanuit het park, markeert het publieke karakter en de gewijzigde functie.
Aan de voorkant van het gebouw kan een theaterplein de verbinding met het park versterken.
De voormalige postorderruimte, centraal gelegen in het gebouw, wordt herbestemd tot een overdekte ontmoetingsruimte, dat dienst doet als het centrale hart van het gebouw. Door de openheid, de ruimtelijkheid en de dynamiek van deze ruimte, worden alle rondomliggende functies actief betrokken. Deze centralisatie draagt bij tot de algemene oriëntatie en éénduidigheid van de circulatie binnen het gebouw.
De eigenlijke publieksfuncties, de theaterzaal en de polyvalente zaal bevinden zich in de voor- en achterbouw.
opdrachtgever
Stadsbestuur Oostende
locatie
Oostende, België
periode
2007
procedure
wedstrijd
oppervlakte
8400 m²
budget
€ 19 000 000
team
Lieven Achtergael, Steve Salembier, Dirk Liekens, Karen Willemyns, Jeffrey Berghman, Sander Verhanneman
i.s.m.
Kamagurka (kunst), Technum (studies stabiliteit, technieken en akoestiek), Stéphane Beel