Provinciehuis Antwerpen

Wedstrijdontwerp voor de renovatie en uitbreiding van het Antwerpse provinciehuis.

De herkenbaarheid van de toren als baken in de stad en het specifieke karakter van de functie als administratief bolwerk van de provincie Antwerpen brengen uitdagingen met zich mee naar programma-indeling en architecturaal concept. Het project zorgt niet alleen voor een integrale herstructurering, maar ook om tegemoet te komen aan de behoeften van het provinciebestuur in de 21e eeuw. Vooruitdenken, anticiperen op de toekomst, zonder daarbij te raken aan het eigentijdse en weerbarstige karakter waaraan de toren haar herkenbaarheid dankt. Hedendaagse behoeften met verschillende accenten: transparantie, leesbaarheid, toegankelijkheid, maar ook een duurzame en kwalitatieve benadering van de leef- en werkomgeving.
Het masterplan brengt logica en duidelijkheid in de structuur van de site in het algemeen en de toegankelijkheid van de site in het bijzonder. Het voorplein aan de Elisabethlei kan haar rol als publieke ontvangstruimte opnemen. De verbinding tussen de provincietuin en het Harmoniepark brengt een groene as als interne verbinding voor de buurt.
De nodige zuurstof wordt in de site geblazen door de achterbouw te schrappen, waardoor een groene zone rond de gebouwen ontstaat. Het congresgebeuren wordt in een nieuw volume geplaatst.
Waar voorheen een onduidelijke link lag tussen de architectuur en omgeving, werken de twee elkaar nu in de hand. Patio’s, perspectieven en intelligente landschapsarchitectuur bekomen een wisselwerking tussen beide.

opdrachtgever Provincie Antwerpen
locatie Antwerpen, België
periode 2009-2010
procedure wedstrijd
oppervlakte 54 000 m²
budget € 64 000 000
team Lieven Achtergael, Stéphane Beel, Isabelle Dierickx, Isabelle Goris, Rein Bultynck, Jeffrey Berghman, Kris Broidioi, Filip Reggers
i.s.m. Stéphane Beel (ontwerp architectuur), Landinzicht Landschapsarchitecten (ontwerp landschap), Technum (studies stabiliteit, technieken en akoestiek), Emmer Pfenninger partner (studie geveltechnieken)